In het kader van de themamaand innovatie gingen we in gesprek met oud-collega Carlijn Pierik, over haar functie als projectleider innovatie en zorgtechnologie bij een zorgaanbieder. Carlijn is verantwoordelijk voor de innovatie en zorgtechnologieën in de wijkverpleging. 

 

Wat is het belang van innovatie en technologie in de zorg?

De arbeidsmarktproblematiek is heel hoog. We moeten met hetzelfde aantal medewerkers veel meer cliënten gaan bedienen. Technologie kan de zorg efficiënter maken. Er is door bijvoorbeeld Compaan onderzoek gedaan naar de tijdsbesparing door het inzetten van beeldbellen en dit bleek 13 minuten per zorgmoment te schelen! Die 13 minuten bestonden uit 7 minuten reistijd en 6 minuten duur van het zorgmoment, dat maakt natuurlijk een groot verschil. Daarnaast moet de zorgvraag omlaag, door meer in te zetten op preventie. Tot slot kan innovatie helpen om de functie wijkverpleegkundige uitdagender en aantrekkelijker te maken.

 

Wat trekt je aan in innovatie?

Ik wil altijd verbeteren en dingen efficiënter en toekomstbestendiger maken. Misschien ben ik ook wel wat idealistisch; we hebben zo’n groot probleem op den duur, daar moeten we echt mee aan de slag. Ik vind het interessant om daar op een organisatorische manier aan te werken.

 

Welke innovaties en technologieën kom je tegen in de wijkverpleging?

Onze cliënten krijgen bij hun intake een hulpmiddelentas. Dit zijn eigenlijk hulpmiddelen zonder accu of stekker, zoals een oogdruppelbril of een aankleedhulp. Deze hulpmiddelen kunnen zorgmomenten besparen, doordat de cliënt zichzelf redt in plaats van een zorgmedewerker nodig heeft.  

We willen deze standaardkit uitbreiden met aanvullende technologieën. Hierin zit sociale robot Tessa, die cliënten helpt structuur aan hun dag te geven. Tessa geeft bijvoorbeeld agendameldingen en kan de cliënt eraan herinneren dat het tijd is om te eten. Daarnaast bieden we Medido, een automatische medicijndispenser aan en gebruiken we beeldbellen met familie en zorgverleners. Ten vierde bieden we leefstijlmonitoring aan: hoeveel slaapt een cliënt, beweegt de cliënt meer of minder dan normaal. Hiermee kun je vroegtijdig veranderingen in het leefpatroon herkennen en preventieve zorg bieden. Als vijfde technologie bieden we monitoring voor chronisch zieken aan zoals saturatie- en bloeddrukmeters. Hiermee bereik je een gedeeltelijke verplaatsing van de zorg: van medewerker naar technologie. Deze zelfmonitoring gaat in samenwerking met ziekenhuizen en huisartspraktijken.

Samen met de zorgverzekeraar zijn we bezig met een pilot. Onze doelstelling is om dit jaar minimaal 25% van onze cliënten van (een deel) van de standaard kit te voorzien. In de komende drie jaar willen we dit percentage naar 50 tot 60% brengen.

 

Het klinkt alsof deze technologieën veel data produceren, hoe houd je al die data in de gaten?

Er zijn verschillende opties. Je kan het uitlezen bijvoorbeeld beleggen bij een externe partij, of je kan ‘digitale verpleegkundigen’ aannemen die de data kunnen uitlezen. We zijn ook een platform aan het bouwen waar alle informatie samenkomt en dat zó slim is, dat het zelf een melding geeft als er een afwijkende situatie optreed en er een interventie benodigd is.

 

Hoe kijk jij naar innovatie in de zorg in vergelijking tot andere sectoren?

In de zorg wordt eigenlijk de laatste jaren pas geaccepteerd dat we naar andere manieren van werken gaan dan we altijd deden, zonder op kwaliteit in te leveren. Ik denk dat innovatie in andere sectoren sneller geaccepteerd werd. Cliënten moeten nog wel wennen, maar er zijn steeds meer mensen enthousiast. Je merkt dat de houding ook verandert, men ziet meer toegevoegde waarde in bijvoorbeeld verhoogde kwaliteit van leven en minder eenzaamheid.

Corona heeft ervoor gezorgd dat we technologieën ‘moesten’ gaan toepassen. We konden niet anders dan de zorg op een andere manier leveren en dat beviel eigenlijk heel goed. Met beeldbellen bijvoorbeeld en hierdoor hoeven mensen niet meer twee keer per dag thuis te zijn voor een zorgmoment en konden nu beeldbellen op een moment dat hen goed uitkwam. Voor de coronacrisis werd beeldbellen minder geaccepteerd als vorm van daadwerkelijke zorgverlening. Nu zien de cliënten de voordelen ervan in. 

 

Wat is het belang van stimuleringsregelingen voor zorginnovatie?

De stimuleringsregeling E-Health Thuis (SET) is een impuls die organisaties over de drempel kan trekken om in te zetten op technologie. Daarnaast kan via de zorgverzekeraar een X aantal uren per maand vergoed worden voor de inzet van zorgtechnologie. Het heeft even op zich laten wachten, maar deze regelingen kunnen de structurele inzet van technologie en innovatie wel echt vergroten.

 

Welke technologie of innovatie is volgens jou het meest belovend?

Ik denk dat technologieën die de ‘kwetsbaar wordende’ cliënt thuis monitoren en echt weergeven hoe het met de cliënt gaat het meest waardevol zijn. Is de cliënt nog net zo actief als hij was, slaapt hij nog goed, etcetera. Dit geeft je informatie waarmee je op tijd interventies kan inzetten en zo kan voorkomen dat de persoon echt in het zorgsysteem terecht komt. Daarnaast hebben technologieën waarmee mensen met dementie thuis kunnen blijven wonen ook een grote marktwaarde.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Hermijntje Drenth
Bel: +31(0)88 01 51 600 of stuur een mail naar: