Onderzoek: huisarts managet zijn netwerk via de zachte kant

Als huisartsen nooit opleidingen of trainingen op het gebied van netwerkmanagement hebben genoten, hoe kunnen zij dan effectief een netwerk managen? Deze vraag stelde Leon Coset, Masterstudent Organisation Studies aan Tilburg University, zichzelf. Hij onderzocht samen met PART zorg middels een vragenlijst en diverse interviews hoe huisartsen hun netwerk in de steeds groter wordende ketens van zorg managen. De conclusie? Huisartsen zetten hun zachte, sociale kant van netwerkmanagement in om daarin effectief te zijn.

De rol van de huisarts is de laatste jaren, als gevolg van veranderingen in de eerstelijnszorg met de daarbij behorende substituties en transities, sterk veranderd (NZa, 2009)[1]. De huisarts krijgt steeds meer te maken met organisatorische vraagstukken en heeft hiervoor managementvaardigheden nodig. Echter zijn een groot deel van deze vaardigheden geen onderdeel in het huidige curriculum in de opleiding tot huisarts. Van oudsher is de huisarts aangewezen als eerste aanspreekpunt voor de patiënt en steeds meer fungeert hij ook als poortwachter voor verdere zorg, zoals bijvoorbeeld binnen de ketenzorg en zorg voor kwetsbare ouderen. Hoewel deze rol vanuit bovenstaande aannames vrij logisch is, kunnen we ons afvragen of een huisarts met voldoende kennis en ervaring is uitgerust om dit netwerk ook effectief te managen. Netwerkmanagement zou mogelijk effectiever kunnen worden ingericht als onderzocht is hoe een huisarts dit doet.

Opzet van het onderzoek

Om erachter te komen op welke manier netwerkmanagement voor een huisarts effectief blijkt, is het eerst belangrijk effectiviteit te definiëren. Een drietal aspecten van effectiviteit zijn herkenbaar in de zorg, namelijk de kwaliteit van zorg, de tevredenheid van patiënten en de reductie van kosten. Deze drie speerpunten zijn de bouwstenen voor ‘Triple-aim’[2] effectiviteit. Dit onderzoek richt zich dan ook op een aantal factoren die kunnen leiden tot beter netwerkmanagement aan de hand van deze Triple-aim. Middels een vragenlijst en een aantal verdiepende interviews is de relatie tussen factoren en effectiviteit onderzocht en verklaard. Onderstaande figuur geeft in één oogopslag wat er onderzocht is:

Resultaten laten zien dat huisartsen denken dat zij hun netwerk effectiever kunnen managen op het moment dat zij vertrouwen plaatsen in hun netwerkpartners. Ook geven huisartsen aan dat de manier waarop het netwerk wordt managet is gebaseerd op de relatie met zijn netwerkpartners. Andere aspecten, zoals ondersteuning van het netwerk middels ICT, het delegeren van taken of het beschikken over en toepassen van ‘harde’ kennis over netwerkmanagement werden wel belangrijk gevonden, maar hadden volgens dit onderzoek geen significant effect op de effectiviteit van netwerkmanagement.

Het belang van vertrouwen

Vertrouwen in een netwerkpartner blijkt de belangrijkste factor in dit onderzoek. Huisartsen geven aan dat zij hun netwerk beter en effectiever kunnen managen op het moment dat zij de netwerkpartner vertrouwen:

Vertrouwen heeft volgens huisartsen met een aantal zaken te maken. Allereerst wordt vertrouwen gebaseerd op de reputatie die de netwerkpartner onder collega-huisartsen heeft. Zoals één huisarts aangeeft: “Huisartsen geven vaak positieve feedback over specialisten die zij vertrouwen. Ik denk dat deze feedback mij ook beïnvloedt om deze partner te vertrouwen”. Daarnaast is de manier waarop de partners werken en de prestaties die zij leveren van belang voor het hebben van vertrouwen: “Wanneer ik mijn patiënten naar de specialist verwijs, vertrouw ik dat hij zijn werk goed uitvoert. Als dat inderdaad het geval is vertrouw ik erop dat hij dat bij de volgende patiënt ook doet”. De laatste uitkomst van dit onderzoek is, dat ook de lengte van de relatie tussen de huisarts en de netwerkpartner relevant is voor het hebben van vertrouwen. Huisartsen gaven aan dat zij een netwerkpartner sneller vertrouwen als zij naast hun professionele relatie ook een informele relatie met hen hebben.

Managen van de relatie

Het gebrek aan ‘harde’ kennis en kunde over netwerkmanagement komt terug in de resultaten van dit onderzoek. Huisartsen geven aan dat de manier waarop zij hun netwerk managen, vooral is gebaseerd op hun ervaringen binnen de keten: “Ik ben in netwerkmanagement gegroeid. Naarmate ik meer ervaring kreeg, heb ik de do’s en dont’s aangeleerd. Zo ga ik altijd eerst op bezoek bij de specialist, voor ik een patiënt doorverwijs”. Deze manier van managen is gebaseerd op de meer zachte, sociale vaardigheden, zoals betrokkenheid. Daarnaast geven huisartsen aan dat hun stijl van netwerkmanagement vooral gebaseerd is op persoonlijke voorkeuren. Elke huisarts managet het netwerk op zijn of haar eigen manier, omdat hier geen standaarden voor bestaan. Huisartsen met goede communicatieve vaardigheden en affiniteit met het werken in een netwerk zullen dan ook effectiever zijn in netwerkmanagement: “Huisartsen met interesse in netwerkmanagement, zijn bereid daar ook meer moeite voor te doen. Dit maakt ze betere managers dan huisartsen die dit opgelegd krijgen, denk ik”.

Conclusie

Huisartsen vinden het managen van hun netwerk het meest effectief als er vertrouwen is in netwerkpartners en als deze op basis van de zachte, sociale vaardigheden wordt gemanaged. Genoeg stof tot nadenken dus, maar wat zien we van deze resultaten terug in de praktijk?

Elkaar (leren) kennen helpt dus voor het behalen van effectiviteit in een netwerk, omdat hiermee de kwaliteit van zorg, de patiënttevredenheid en de betaalbaarheid van deze zorg gewaarborgd blijft. Betekent dit nog meer overlegtijd die niet aan de patiënt besteed wordt? Nee, absoluut niet. Maar om tot optimale samenwerking binnen het netwerk en dus de (keten)zorg te komen is investeren in de relatie wel een noodzakelijke randvoorwaarde.

Het volledige onderzoek van Leon Coset kunt u opvragen via info@partzorg.nl of door te bellen met 088 – 01 51 600.

[1] Bron: NZa, (2009). Monitor Huisartsenzorg 2008.

[2] Bron: Institute for Healthcare improvement (www.ihi.org)